Regionale economie

Flevoland is in vele opzichten nog een jonge provincie. In de beginjaren was Flevoland het antwoord op de noodzaak tot schaalvergroting in de landbouw, en daarna is de zuidwesthoek van Flevoland het antwoord geworden op de overloop van de randstad. Daar staat tegenover dat Flevoland nog hard moet werken aan een autonome regionale aantrekkingskracht. Dat antwoord moet volgens JA21 Flevoland komen uit een eigen gezicht van Flevoland, tot uitdrukking gebracht in clustervorming van onderwijs, kenniswerkers en productie. Wij zien weinig in het opportuun proberen aan te trekken van individuele werkgevers, dan weer van overheid, dan weer van bedrijven. Werkgelegenheid aantrekken zonder duidelijk lange termijnbeleid levert het risico op dat sluipenderwijs alleen conjunctuurgevoelige of alleen subsidiegevoelige werkgelegenheid ontstaat. Vliegveld Lelystad levert zelfs met 30.000 vliegbewegingen een beperkt aantal banen, en als het vliegveld alleen een ‘overstort’ is van Schiphol, kunnen deze activiteiten ook zomaar weer verdwijnen. Distributiecentra van textiel zijn footloose. Ze ontstaan snel, zijn niet regiogebonden en verdwijnen ook weer snel.

JA21 Flevoland dringt dan ook aan op clustervorming rond unieke, aan de regio gebonden integratoren. Clusters van kennis en toepassingen trekken autonoom nieuwe activiteiten aan. Zonder een dergelijk beleid blijft Flevoland een provincie van forensen, die dagelijks over steeds drukker wordende wegen hun werk zoeken buiten de provincie.

Binnen de kerntaak van de provincie kan Flevoland het proces leiden waarin op zoek gegaan wordt naar de noodzakelijke focus. Deze staat echter van tevoren nog niet vast. Dit zou bijvoorbeeld logistiek kunnen zijn, gezien de vele logistieke bedrijven, maar ook landbouw of hoogwaardige technologie. Wat Flevoland te bieden heeft is ruimte. Die moet niet versnipperd worden.